Stel: je hebt een vordering op je debiteur, een besloten vennootschap, en je hebt uiteindelijk besloten de deurwaarder in te schakelen om de vordering te incasseren en wat denk je? De besloten vennootschap bestaat niet meer. Er blijkt sprake te zijn van een turboliquidatie. En nu? Is jouw vordering nu in rook opgegaan?
Een nader onderzoek naar de liquidatiestukken en de ingediende jaarstukken bij de Kamer van Koophandel kan in deze soms mogelijkheden bieden. In de kwestie die bij ons werd voorgelegd kwam uit deze stukken naar voren dat:
- er geen slotbalans is gedeponeerd per ontbindingsdatum, terwijl dat wettelijk verplicht is bij turboliquidatie;
- de (vlottende) activa per 31 december 2024 grotendeels bestaan uit debiteuren; opvallend is dat de grootboekkaart over 2025 een afname van deze post met 154% laat zien. Wat er met deze debiteuren is gebeurd, is onduidelijk. Ook is er per 31 december 2024 een saldo aan liquide middelen vermeld. Opvallend in deze casus is het ontbreken van kasgeld of tegoeden op de bankrekening en spaarrekening in 2025. Tot slot is in 2025 volgens de grootboekkaart sprake van een ruime winst. Dit allemaal is onverenigbaar met de stelling dat er geen baten meer zouden zijn ten tijde van de ontbinding;
- per 31 december 2024 was er sprake van een groot negatief werkkapitaal. Dit duidt erop dat het bestuur het faillissement had moeten aanvragen in plaats van te ontbinden en turbo liquideren.
Verder was ons bekend dat de betreffende besloten vennootschap het bedrijf had verkocht, maar de opbrengsten van de verkoop waren niet terug te vinden in de ingediende stukken.
Juridisch kader:
De hierboven beschreven omstandigheden geven sterk de indruk dat de vennootschap niet transparant is vereffend, en dat mogelijk sprake is van stille/interne vereffening buiten medeweten van schuldeisers. Dit kan aanleiding geven tot aansprakelijkheid van het bestuur dan wel van de vereffenaar(s).
Een negatief werkkapitaal wijst erop dat de vennootschap structureel niet aan haar verplichtingen kon voldoen. Gecombineerd met het feit dat tóch is ‘’gekozen’’ voor turboliquidatie in plaats van een faillissementsaanvraag, is een vordering uit hoofde van bestuurdersaansprakelijkheid denkbaar nu de schuldeisers van X. B.V. door deze handelswijze zijn benadeeld. Indien de vereffenaar niet tevens het bestuur is, dan kan ook de vereffenaar wellicht aansprakelijk zijn ex art. 2:23a lid 1 BW, nu ondanks de aanwezigheid van activa geen vereffening heeft plaatsgevonden en evenmin een faillissementsaanvraag is gedaan conform artikel 2:23a lid 4 BW.
Uit laatstgenoemd wetsartikel volgt dat de vereffenaar een faillissementsaanvraag moet doen als die ziet dat bij de vereffening de schulden hoger zijn dan de baten. In deze casus is hier sprake van.
Uit rechtspraak van de Hoge Raad volgt dat ook een vennootschap die is ontbonden en uitgeschreven is uit het handelsregister, failliet kan worden verklaard, zónder dat voorafgaand heropening van de vereffening hoeft plaats te vinden. Hiervoor gelden de volgende voorwaarden:
- de gebruikelijke faillissementsvereisten;
- aanwijzingen dat nog baten aanwezig zijn.
Actie:
Namens onze opdrachtgever is in deze een faillissementsverzoek tegen de ontbonden vennootschap ingediend. Een heropeningsverzoek tot vereffening zou in deze niet veel uithalen, in die zin dat met vertraging uiteindelijk toch een faillissement zou worden uitgesproken.
Als gevolg van het indienen van het faillissementsverzoek zijn de bestuurders van de geliquideerde B.V. in de lucht gekomen in de lucht gekomen en is de zaak geschikt zonder verdere behandeling van het faillissementsverzoek. De bestuurders hebben de vordering alsnog vrijwel geheel voldaan.
Conclusie:
Kortom: soms is een nader onderzoek zinvol nadat een onderneming via turboliquidatie is geliquideerd. Als het idee bestaat dat er ondanks alles wel degelijk baten waren en/of uit de stukken blijkt dat in plaats van een turboliquidatie een faillissement door de bestuurder en/of vereffenaar ingediend had moeten worden, kunnen de vereffenaars of bestuurders wellicht aangesproken worden. Alsnog een faillissement aanvragen kan dan een goede stap zijn omdat de curator moet onderzoeken of de bestuurders een verwijt valt te maken en de schuldeiseres daardoor benadeeld zijn.
